top of page

De trieste waarheid over het boeddhisme in Myanmar

Wat bezielt een jonge vrouw, die haar hele leven nog voor zich heeft, om haar hoofd kaal te scheren, zich in roze lappen te hullen, op een matje op de vloer te slapen, celibatair te leven en dagelijks uren te mediteren en bidden? En dat tot aan haar dood?


Tekst & fotografie: Jochem Wijnands


Vier uur 's ochtends. Nog voor er een haan kraait wordt in het Samaiddhodaya klooster de bel geluid. Opstaan. Je nog een keer omdraaien en doorslapen is er niet bij en de bedden, rieten matjes op de harde vloer, nodigen hier ook niet toe uit. Het donker vult zich meteen met geluid; schuifelende voeten, gesplash van water, fluisterende stemmen, een wc die wordt doorgespoeld. Met een kaarsje in de hand schrijden de nonnen over het terrein als vuurvliegjes in de nacht; van hun kamer naar de wc, van de wc naar het washok, van het washok naar de keuken. In de keuken worden met sprokkelhout en steenkool de kookvuren ontstoken. Water wordt uit de put gehaald, potten en pannen worden aangerukt, porties rijst worden afgemeten, groentes gewassen en gesneden: iedereen heeft een taak. Als de rijst eenmaal kookt verzamelen de nonnen ze dichtbij het vuur om zich eraan te warmen. In de winter kan de temperatuur 's nachts teruglopen tot het vriespunt. Met handdoeken op hun hoofd en dekens om hun schouders proberen ze de kou te verdrijven, maar tegen blote voeten bestaat geen remedie. Het wachten is tot de zon opkomt, ruim drie uur later. De gekookte rijst wordt verzameld in een grote pan en samen met de geurige curry's en dahl op een grote tafel aan de straat gezet. Ma Singasiri en haar vriendinnen zijn zichtbaar opgelucht: ze hebben het weer gehaald. De spanning verdwijnt van de gezichten en voor het eerst wordt er gelachen. Dan doemt uit het donker de eerste monnik op, met kaalgeschoren hoofd en gehuld in roestbruine doeken. Hij loopt zonder dralen op de tafel af, opent zijn bedelkom en neemt zwijgend het eten in ontvangst. Een tweede monnik verschijnt en dan een derde en in enkele minuten heeft zich bij het nonnenklooster een lange rij gevormd, die pas een uur later is weggewerkt. Pas dan is het de beurt van de nonnen om te eten: de etensrestjes worden bij elkaar gegooid en verdeeld. Waarom, zo vraag je je af, kiezen jonge vrouwen voor het leven als een non?



Stel je het volgende gesprek voor in een auto ergens in Myanmar:

Chauffeur: “In Myanmar, women are completely equal with men!”

Toeriste: “Did you say completely equal?”

Chauffeur: “Oh yes, a woman can even become a Buddha, but for that she must first come back as a man...”

Toeriste: “Ah, there is always a catch...”

Dit is een scene uit de in 1994 verschenen film Beyond Rangoon, waarin actrice Patricia Arquette de rol speelt van de toeriste Laura, die verwikkeld raakt in de politieke situatie van het land. De korte dialoog vat in een paar woorden de positie samen van vrouwen in Myanmar. Vrouwen gelijk aan mannen? Het lijkt er op het eerste gezicht wel op. Zo kunnen vrouwen scheiden van hun man hebben recht op de helft van de boedel, ze kunnen zelfstandig een onderneming starten, ze worden van geen enkel beroep uitgesloten, ze delen in de erfenis, ze behouden hun achternaam als ze trouwen en zijn juridisch gezien gelijk aan mannen. So far so good. Maar het boeddhisme gooit roet in het eten. In Myanmar wordt de doctrine van karma en wedergeboorte, een van de pijlers van het boeddhisme, zo uitgelegd dat daaruit de superioriteit van de man volgt. Volgens de werking van het karma bepalen je daden uit het verleden de mate van rijkdom, welvaart, gezondheid enzovoorts in je volgende leven, én of je als man of vrouw geboren wordt. Vrouw zijn is het gevolg van je negatieve karma. Een soort straf dus. De ondergeschiktheid van vrouwen heeft op deze manier een religieuze, of algemener, een spirituele legitimatie gekregen. Het is bijvoorbeeld niet ongebruikelijk voor Birmese vrouwen om na het doen van een goede daad te wensen om te worden verlost van het vrouw-zijn en in een volgend leven als man geboren te worden. En alle vrouwen die boeddhistisch zijn reciteren het volgende gebed: “Ik bid dat ik in mijn volgende leven geboren mag worden als man.”



“Manhood is very holy!” zegt Ma Singasiri, een 29-jarige non. Twee grote zwarte ogen kijken ernstig vanuit een mager gezicht. Om geen misverstand te laten bestaan, herhaalt ze nog eens: “men are very noble. We have to serve them.” Er is geen reden te twijfelen aan haar oprechtheid. Immers, hier zit een vrouw die haar gewone leven heeft opgeofferd voor het boeddhistische ideaal. En zij is niet de enige: alleen al in Sagaing, de boeddhistische hoofdstad van Birma, wonen ruim achtduizend nonnen en een veelvoud aan monniken in honderden kloosters. Het straatbeeld is een bonte mengeling van roze, oranje, geel, rood en saffraan: de kleuren van boeddhistische geestelijken. Gewone burgers zijn er nauwelijks te bekenen, auto´s evenmin. Het nonnenklooster van Ma Singasiri heet Samaiddhodaya. Er wonen zo´n 150 nonnen zusterlijk bij elkaar, die worden geleid door Daw Nanasari, een charismatische hoofdnon van 99 jaar. Zij vertelt: “Ik zit al vanaf mijn 16de in het klooster. Ik ben gelukkig, ik ben niets te kort gekomen. Een gezin heb ik nooit gemist: dit zijn mijn kinderen.” Ze werpt een vertederde blik op de jonge vrouwen in haar kamer. “Binnenkort ga ik dood. Mijn leven is uitgeleefd, en maar ik ben niet bang. Ik heb goed geleefd en zal in een volgend leven terugkeren als monnik. Daar ben ik van overtuigd.” Ma Singasiri pakt haar hand en de overige nonnen knikken haar bemoedigend toe.



Ashin Nimala, een jonge monnik uit het Dammawdaya klooster uit Yangon, die op bedevaart is naar de historische tempelstad Bagan, legt desgevraagd uit hoe mannen en vrouwen zich moeten gedragen om positieve karma te verzamelen. “Een vrouw moet haar echtgenoot dienen. Alleen op die manier maakt ze kans om in een volgend leven als een man terug te komen. Een man dient zijn vrouw trouw te zijn. Als hij vreemdgaat zal hij in zijn volgend leven als vrouw geboren worden.” Zijn mening is geen uitzondering maar gemeengoed. In zijn eerste roman Burmese Days uit 1934 laat schrijver George Orwell een Birmees U Po Kyin nadenken over zijn volgende leven. “He would return to the earth in male human shape - for a woman ranks about the same level as a rat or a frog - or at worst as some dignified beast such as an elephant.”

A woman ranks about the same level as a rat or a frog

Na de dood van Boeddha, die zo´n 2500 jaar geleden in India leefde, is er zowel een orde van monniken, genaamd Bhikkhus, als een orde van nonnen, genaamd Bhikkhunis, opgericht. Alhoewel Boeddha heeft aangegeven dat zowel mannen als vrouwen het Nirvana, de boeddhistische staat van verlichting, konden bereiken en zelfs via dezelfde weg, is er van gelijkheid en gelijkwaardigheid tussen nonnen en monniken nooit sprake geweest. Zo dienden de monniken zich aan 227 voorschriften te houden, en de nonnen maar liefst aan 311. Bovendien moesten de nonnen allerlei discriminatoire regels in acht nemen zoals buigen voor de monniken en niet met eten beginnen voordat de monniken uitgegeten waren.


Maar in Myanmar is de situatie nog slechter voor vrouwen. Duizend jaar na het leven van Boedhha ontstonden er twee stromingen: het Mahayana boeddhisme, dat vooral in China beleden wordt, en het Theravada boeddhisme, dat met name in Sri Lanka, Thailand en ook Birma bestaat. In het Theravada boeddhisme was de orde van de Bhikkhuni, van gewijde nonnen, slechts een kort leven beschoren. Eeuwenlang konden vrouwen niet het klooster in, en vanuit dit vacuum zijn de hedendaagse nonnen, genaamd sila rhan ontstaan: een niet gewijde, uit nood geboren orde van nonnen, die officieel helemaal geen nonnen zijn. In plaats van 311 regels van de bhikkhuni hoeven zij zich slechts aan 10 voorschriften te houden. Weliswaar scheren zij hun hoofden, dragen de voorgeschreven kleding, bidden en mediteren, maar desondanks hebben ze een lage status. Diverse pogingen om de gewijde orde van Bhikkhuni in Myanmar nieuw leven in te blazen zijn geblokkeerd door prominente boeddhistische leraren, die daarbij verwezen naar de leer van Boeddha. Allemaal mannen, inderdaad.



In de nonnenkloosters van Sagaing worden de eerste prille uren van de dag opgeofferd om voor de monniken te koken. Het uitdelen van eten en doen van donaties aan monniken, die gezien worden als de zonen van Boeddha, geldt namelijk als een van de belangrijkste manieren om positief karma te vergaren. En dat terwijl de nonnen, zeker in een straatarm land als Birma, zelf met veel pijn en moeite het eten bij elkaar moeten schrapen.

“We zijn echt heel arm”, zegt Ma Singasiri. Na het gebed heeft ze haar vriendinnen uitgenodigd voor een kopje thee op haar kamer. Voor de gezelligheid. Aan de muur hangt een gebedsketting en een poster van Boeddha, in de boekenkast staan een paar boeken en een fotolijstje, op de grond ligt een slaapmatje. Dahamasayi is 23 jaar. Non zijn is haar roeping, ze kan zich geen ander leven voorstellen. “Maar het is wel zwaar: slechts een keer in de acht dagen gaan we de wijk in om, net als de monniken dagelijks doen, bij de mensen eten in ontvangst te nemen. Maar in ons geval is dit geen gekookte rijst met curry, maar ongekookte rijst en verder niets. Soms staan we voor een huis te wachten en komt er niemand naar buiten. Dan zijn ze ons vergeten. Karma technisch levert een donatie aan een non veel minder op, vandaar.” Het volgen van de tien voorschriften, die veel gemeen hebben met de tien geboden uit de bijbel, wordt door de nonnen niet als moeilijk ervaren. Het ´Gij zult niet doden´ wordt strikt nageleefd en geldt dus ook voor muggen, zodat het ziekenhuis van Sagaing inmiddels een speciale afdeling voor nonnen met malaria heeft ingericht. Nee, wat wél moeilijk is, is het hardnekkige gebrek aan waardering en respect dat ze veelvuldig tegenkomen. Ma Singasiri: “Ik ging het klooster in toen ik 19 was. Mijn ouders hadden geen zoon en als de een-na-jongste van zeven dochters was het geen verrassing dat ik de honeurs zou waarnemen. Maar,” voegt ze er snel aan toen, “ik wilde zelf ook graag.” Ze kreeg van haar ouders een bijlage en hoefde zich dus nergens zorgen over te maken. “Mijn leven in het klooster was betrekkelijk zorgeloos. Maar daar is sinds een paar maanden een einde aan gekomen. Nadat ik non was geworden, kregen mijn ouders onverwacht tóch nog een zoon, een nakomertje. Nu is hij negen en is ook hij het klooster in gegaan. Mijn ouders helemaal gelukkig, maar in mij zijn ze plotseling niet meer geinteresseerd. Ze hebben mijn bijlage gestopt. Nu zoek ik een nieuwe sponsor die maandelijks zo'n tweeduizend kyat, ongeveer drie dollar, kan schenken. Geld dat ik nodig heb om te eten."

Sommige mannen schoppen een teefje maar niet een reu

“Ik ben een feministe, jazeker!” Phyu is een vrijheidstrijdster die na de opstand van 1988 gevlucht is naar de Verenigde Staten en daar nu Birmese radioprogramma´s verzorgt voor de radiozender Voice of America. “Vanuit een westers perspectief is het feit dat in de boeddhistische traditie vrouwen geen verlichting kunnen bereiken en daarom worden aangemoedigd in een volgend leven terug te keren als een man, achterhaald en onrechtvaardig. Maar ik denk eerlijk gezegd niet dat er niet snel iets zal veranderen. De ongelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen zit diep geworteld in de Birmese samenleving als gevolg van een eeuwenlang indoctrinatie. Er zijn zelfs mannen, die gaan zo ver in het verheerlijken van het mannelijke, dat ze een teef wel schoppen maar een reu niet.” Nu het land door een militair regime wordt geleid, is ook het dagelijks bestuur in handen van mannen. Myanmar was het enige land, dat op de internationale vrouwenconferentie in Beijing een delegatie stuurde die uitsluitend uit mannen bestond. De enige plaats waar een Birmese vrouw iets te zeggen heeft is in haar eigen huis. Ook de mening van Aun San Suu Kyi, de beroemde oppositieleidster, winnaar van de Nobelprijs van de vrede en voorbeeld van velen, geeft wat dat betreft weinig hoop voor de toekomst: “Secure in the knowledge of her own worth, the Burmese woman does not mind giving men the kind of respectful treatment that makes them so happy.”

“Het is mijn laatste wens om Kyaiktiyo bezoeken. Daarna kan ik rustig sterven.” Daco Dhama Sryi is 104 jaar oud. Na een reis van drie lange dagen in gammele bussen over slechte wegen is ze eindelijk in Kyaiktiyo gearriveerd. De Golden Rock van Kyaiktiyo is het archetypische beeld dat de rest van de wereld van Birma heeft. Een spectaculair vervaarlijk overhellende rots, die behoort tot de heiligste plaatsen van het land. De overlevering wil dat in de elfde eeuw de goddelijke koning Tissa na een voorspellend droom de rots op de bodem van de zee vond en liet verplaatsen naar zijn huidige plek. Een haar van Boeddha houdt het gevaarte sindsdien op zijn plaats. Dagelijks arriveren duizenden bedevaartgangers van heinde en verre om te mediteren en offers te brengen. Boeddha zelf moest van de verheerlijking niets weten, maar kennelijk is het een diepe religieuze behoefte van de mens om heilige plaatsen te creeren. Daco Dhama Sryi vertelt over haar leven: “Meteen na mijn huwelijk kreeg ik snel achter elkaar twee dochters. Toen stierf mijn man plotseling en stond ik er alleen voor. Ik heb me in allerlei bochten gewrongen om mijn twee jonge kinderen te kleden en te voeden, en dat is me zwaar gevallen. Nadat ze het huis verlaten hadden wilde ik me alleen nog wijden aan het boeddhisme en ben ik non geworden, om in een volgend leven een beter lot af te dwingen. Vijftig jaar lang heb ik als missionaris door de Shan provincie gereisd om vrouwen voor te lichten over Boeddha´s leer. Nu bewoon ik een vrouwenklooster in Klalain Myo in Sagaing. “


Haar laatste wens staat op het punt om in vervulling te gaan. Daco Dhama Sryi heeft het steile slingerende bergpad in een draagstoel afgelegd, maar nu ze voor het eerst met eigen ogen de Golden Rock ziet schitteren in de zon, besluit ze het laatste stuk zelf te lopen, slechts ondersteund door haar kleinzoon. Naarmate ze dichterbij komt en de hypnotiserende gebedszang luider wordt, versnelt ze haar pas. De geur van wierrook lijkt haar nieuwe energie te geven. Nog maar een paar meter scheiden haar van de rots, als ze zich op haar knien laat zakken en begint te bidden. Waarom loopt ze niet door? Waarom raakt ze de rots niet aan? Ladies are Prohibited, staat er fijntjes op een bordje bij het hekje dat toegang verschaft tot het heiligdom. Er naast staan twee bewakers in uniform. Hoe voelt het om aan het einde van je leven van zo ver te komen en dan verboden te worden om de laatste meters af te leggen? Terwijl mannen, ook niet-monniken, gewoon mogen doorlopen en de rots met bladgoud versieren? Daco Dhama Sryi begrijpt de ophef niet. Ze zegt: “Wat bedoel je? Het is normaal, zo is het.” Een jonge non, die al een tijdje meeluistert, zegt: “Ik kan het wel uitleggen. Vrouwen mogen de rots niet aanraken omdat ze niet perfect zijn.” Ze heet Ma Dhamatadassi, is 29 jaar en sinds drie jaar aangesloten bij het Gandayun vrouwenklooster van Yangon. “Vrouw zijn is een fase in de cirkel van reincarnaties, die uiteindelijk leidt tot het Nirvana, de verlichting. Vrouwen hoeven dus niet te wanhopen. Als wij een verdienstelijk leven leiden, worden we in een volgend leven zeker als man geboren en hebben ook wij toegang tot de onze heiligdommen. We moeten gewoon geduld hebben.” Voordat Ma Dhamatadassi een non werd had ze een goede baan bij een telecombedrijf, maar spiritueel was haar leven onbevredigend. “Ik voelde mijn imperfectie als een zware last, die ik niet kon plaatsen. Waaraan had ik dit aan verdiend? Tot ik me realiseerde dat ik mijn lot moest dragen en dit leven moest benutten om het volgende leven als man geboren te worden.”

Hoop voor de vrouwen van Myanmar lijkt te komen uit een onverwachte hoek, namelijk van een monnik uit Yangon met de naam Bhikkho Revata. Hij heeft aan de International University of Theravada Buddhism gestudeerd en heeft zich de afgelopen jaren verdiept in de positie van vrouwen in het boeddhisme. “Het Theravada boeddhisme is de meest orthodoxe stroming, en Myanmar is het meest traditionele en geisoleerde land dat deze leer volgt. Dat verklaart waarom juist hier de vrouw een ondergeschikte rol is toebedeeld. Maar dat neemt niet weg dat het een dwaling is. Op basis van mijn studie ben ik ervan overtuigd dat Boeddha vrouwen niet wil discrimineren. Sterker nog, hij had voor zijn tijd revolutionaire ideeen over vrouwen emancipatie. Bijvoorbeeld, toen koning Kerala treurde om de geboorte van een dochter zei hij: ‘Een dochter, oh hoogheid, kan een betere nakomeling blijken dan een man. Als ze deugdzaam, geliefd en trouw is, is ze superieur aan de man.’ Ik vind dat de orde van Bhikkhunis weer moet worden hersteld. Het feit dat vrouwen geen gewijde non kunnen worden heeft hun positie geen goed gedaan.” Is deze monnik de voorbode van een nieuwe geëmancipeerde generatie boeddhisten, of de spreekwoordelijke uitzondering die de regel bevestigt?


Opmerkingen


bottom of page